Star niet uit onwil, maar omdat meebewegen zich onveilig voelt –
want rigiditeit is vaak geen karaktertrek, maar een systeem dat houvast zoekt in vaste vormen.
Niet flexibel kunnen zijn, moeite hebben met meebewegen, met veranderingen, of met situaties die anders lopen dan gepland? Lees waar die rigiditeit vandaan komt, wat je zenuwstelsel ermee te maken heeft, en hoe het soepeler kan.
Niet flexibel kunnen zijn is de moeite om mee te bewegen met veranderingen, met andere meningen, met situaties die anders lopen dan verwacht of gepland. Het uit zich in vasthouden aan je eigen manier, moeite met aanpassen, onrust of weerstand wanneer dingen veranderen, en een sterke behoefte aan vaste vormen, regels of structuren. Vaak wordt het gezien als koppigheid of starheid, maar onder die rigiditeit zit meestal een zenuwstelsel dat houvast zoekt in vaste vormen om zich veilig te voelen. Flexibel zijn, meebewegen, je aanpassen, dat vraagt dat je de vaste structuur loslaat en meegaat met iets onbekends, en voor een systeem dat veiligheid ontleent aan voorspelbaarheid en grip, voelt dat als het opgeven van houvast. De vaste vormen, de eigen manier, de structuur, dat is voor zo’n systeem geen koppigheid maar een baken, iets om je aan vast te houden in een wereld die anders te onzeker voelt. Wanneer je vroeg geleerd hebt dat de wereld onvoorspelbaar of onveilig was, kan je systeem rigiditeit gaan inzetten als manier om grip en daarmee veiligheid te houden. Niet flexibel kunnen zijn is dan geen onwil om mee te bewegen, maar een bescherming tegen de onveiligheid van het ongewisse. Soepeler worden begint daarom niet bij jezelf dwingen flexibeler te zijn, maar bij het opbouwen van een gevoel van veiligheid waardoor meebewegen niet langer als bedreigend voelt.
Het loopt anders dan gepland, iemand wil iets op een andere manier, de situatie verandert, en je merkt dat je je vastzet. Meebewegen, je aanpassen, het loslaten van hoe jij het voor je zag, dat kost je enorm veel moeite, en vaak lukt het niet. Je houdt vast aan je eigen vorm, niet omdat je dwars wilt zijn, maar omdat afwijken een onrust geeft die je niet kunt verdragen. Star niet uit onwil, maar omdat meebewegen zich onveilig voelt. Want rigiditeit is vaak geen karaktertrek, maar een systeem dat houvast zoekt in vaste vormen.
Waarom kan ik niet flexibel zijn?
Rigiditeit krijgt zelden een mild oordeel. Star, koppig, eigenwijs, niet mee kunnen gaan, dat zijn de woorden die anderen gebruiken, en vaak ook de woorden waarmee je jezelf veroordeelt. Het beeld is dat je gewoon niet wilt meebewegen, dat je te halsstarrig bent, dat je flexibeler zou kunnen zijn als je maar wat losser werd. Maar dat beeld klopt zelden met hoe het vanbinnen voelt. Want meestal is het niet zo dat je weigert mee te bewegen, het is dat meebewegen je een diepe onrust bezorgt, een gevoel dat de grond onder je voeten wegzakt, en dat het vasthouden aan je eigen vorm de enige manier is om die onrust te voorkomen.
Om dat te begrijpen, helpt het om te zien wat flexibiliteit eigenlijk vraagt. Flexibel zijn betekent dat je kunt meebewegen met wat zich aandient, dat je je kunt aanpassen, dat je de vaste vorm kunt loslaten en mee kunt gaan met iets nieuws of onbekends. Dat vraagt een zekere openheid, een vertrouwen dat het ook goed komt als het anders loopt dan je dacht. Voor een zenuwstelsel dat zich veilig voelt, is dat geen probleem, het kan soepel meebewegen omdat het erop vertrouwt dat verandering niet bedreigend is. Maar voor een zenuwstelsel dat veiligheid ontleent aan voorspelbaarheid, vaste vormen en grip, is meebewegen iets heel anders. Het loslaten van de structuur voelt als het opgeven van je houvast, en zonder houvast komt de onrust. De vaste vormen, de eigen manier, de regels en de structuur zijn voor zo’n systeem dan ook geen koppigheid, maar een baken, iets om je aan vast te houden zodat de wereld niet te onzeker wordt. Waar komt dat vandaan? Vaak uit een vroege ervaring dat de wereld onvoorspelbaar of onveilig was, waarin vaste vormen en grip de manier werden om je staande te houden. Je systeem leerde toen dat structuur veiligheid betekent, en het blijft die les toepassen, ook nu, ook wanneer meebewegen helemaal niet bedreigend zou hoeven zijn.
Dit is het belangrijkste: de vaste vormen zijn voor je systeem geen koppigheid, maar een baken. Meebewegen voelt als het opgeven van je houvast, en zonder houvast komt de onrust die de structuur juist moest voorkomen.
Dit verklaart waarom jezelf dwingen om flexibeler te zijn zo moeizaam gaat en vaak juist meer spanning oplevert. Je kunt jezelf wel voornemen om losser mee te bewegen, om je makkelijker aan te passen, maar zolang je systeem het loslaten van de structuur als onveilig ervaart, komt de onrust toch, en zet je je toch weer vast. De weg naar meer soepelheid loopt daarom niet via dwang, maar via veiligheid. Wanneer je systeem zich op een dieper niveau veiliger gaat voelen, een veiligheid die niet afhangt van vaste vormen en grip, dan wordt meebewegen draaglijker, omdat het loslaten van de structuur niet langer betekent dat je veiligheid wegvalt. Je gaat dan ervaren dat je kunt meebewegen zonder om te vallen, dat je je kunt aanpassen zonder jezelf te verliezen, dat verandering niet hetzelfde is als gevaar. Dat gebeurt geleidelijk, door in kleine stappen te ervaren dat een beetje meebewegen goed gaat, dat je niet instort als iets anders loopt dan gepland. Zo leert je systeem dat veiligheid niet alleen in vaste vormen zit, maar ook in jezelf, en dat je die kunt meenemen, ook als de omstandigheden veranderen. Het gaat er dus niet om jezelf te dwingen je structuur op te geven, maar om je zo veilig te gaan voelen dat je haar niet meer zo krampachtig nodig hebt om overeind te blijven.
Herken je dit?
Misschien klopt een paar van deze voor jou:
- Meebewegen met verandering kost je enorm veel moeite.
- Je houdt vast aan je eigen manier en aan vaste vormen.
- Als iets anders loopt dan gepland, raak je van slag.
- Anderen noemen je star of koppig, maar zo voelt het niet.
- Het vasthouden voorkomt een onrust die je niet kunt verdragen.
Er is niets mis met je, en je bent niet koppig of halsstarrig. Dat je niet flexibel kunt zijn, komt doordat je systeem houvast zoekt in vaste vormen om zich veilig te voelen, niet doordat je niet wilt meebewegen. Je hoeft jezelf niet te dwingen flexibeler te zijn. Je mag je systeem in kleine stappen laten ervaren dat meebewegen veilig is, zodat je je veiligheid ook in jezelf kunt dragen.
Je zet je niet vast uit onwil, maar omdat meebewegen je het gevoel geeft dat de grond onder je voeten wegzakt. De vaste vorm is het baken dat je systeem overeind houdt.
Praktijkmoment
Iemand die ik begeleidde, zei het zo: “Als een afspraak op het laatste moment verandert, ben ik de rest van de dag van slag, en ik snap zelf niet waarom het me zo raakt.” Toen hij ging zien dat zijn vasthouden aan vaste vormen een manier was om zich veilig te voelen, kon hij milder naar zichzelf kijken, en in kleine stappen leren dat meebewegen hem niet deed omvallen.
Hoort dit ook bij professionele hulp?
Vaak wel, als de rigiditeit samenhangt met een zenuwstelsel dat houvast zoekt in vaste vormen om zich veilig te voelen. De begeleiding die ik geef is gericht op persoonlijke ontwikkeling en op het opbouwen van een diepere veiligheid die niet afhangt van structuur en grip. Het is geen therapie en geen behandeling. Wanneer de behoefte aan vaste vormen een sterk dwangmatig karakter heeft of je leven ernstig beperkt, is het verstandig dit ook met je huisarts te bespreken.
Wat de R.O.Y. Flow Methode hier doet
Als rigiditeit houvast biedt dat je systeem nodig denkt te hebben, kan het helpen die veiligheid op een andere manier op te bouwen. Daar zijn deze drie bewegingen op gericht:
- RRelease – Loslaten. De krampachtige greep op vaste vormen mag loskomen, via rust en bewustwording in plaats van jezelf dwingen flexibel te zijn.
- OOrder – Ordenen. Wat loskomt vindt vanzelf een rustiger ritme, in kleine stappen van meebewegen.
- YYield – Toelaten. Veiligheid mag de grondtoon worden, zodat je je veiligheid in jezelf kunt dragen, ook als de omstandigheden veranderen.
Veelgestelde vragen
Waarom kan ik niet flexibel zijn?
Vaak doordat je zenuwstelsel houvast zoekt in vaste vormen om zich veilig te voelen. Meebewegen vraagt dat je de structuur loslaat en meegaat met iets onbekends, en voor een systeem dat veiligheid ontleent aan voorspelbaarheid en grip, voelt dat als het opgeven van je houvast. De vaste vormen zijn dan een baken, geen koppigheid.
Ben ik gewoon koppig of star?
Nee. Het wordt vaak zo gezien, maar je weigert niet mee te bewegen uit onwil. Meebewegen bezorgt je een diepe onrust, een gevoel dat de grond onder je voeten wegzakt, en vasthouden aan je eigen vorm is de enige manier om die te voorkomen. Dat is bescherming, geen halsstarrigheid.
Hoe word ik soepeler?
Niet door jezelf te dwingen flexibeler te zijn, want zolang loslaten als onveilig voelt, komt de onrust toch. Wel door je systeem op een dieper niveau veiliger te laten voelen, een veiligheid die niet afhangt van vaste vormen. In kleine stappen ervaren dat meebewegen goed gaat, leert je systeem dat je veiligheid ook in jezelf zit.
Roy van Rensch
Ik ken dat je vastzetten als iets anders loopt dan gepland, die onrust bij meebewegen die niemand van buiten ziet. Mijn eigen systeem hield zich vast aan vaste vormen omdat de wereld ooit te onzeker was. Pas toen ik een veiligheid in mezelf begon te dragen, kon ik soepeler meebewegen zonder het gevoel om te vallen.
Benieuwd of dit bij je past?
Geen verkoop, geen druk. Gewoon ontdekken of deze manier van werken iets voor jou kan betekenen.
Ontdek de mogelijkhedenBegeleiding, geen therapie. De R.O.Y. Flow Methode is gericht op persoonlijke ontwikkeling, welzijn en ontspanningsondersteuning. Het is geen medische, therapeutische of psychologische behandeling en vervangt deze niet. Roy van Rensch is geen arts, psychotherapeut of BIG-geregistreerde zorgverlener. Er worden geen diagnoses gesteld en geen genezing beloofd.
Zit je in een crisis of denk je aan zelfdoding? Bel 113 of 0800-0113 (Zelfmoordpreventie), of neem contact op met je huisarts.
